

Plagen en ongedierte bij bonsai
Een gezonde bonsai is over het algemeen goed bestand tegen plagen, maar geen enkele boom is er volledig tegen beschermd. Bladluis, spint, wolluis en schildluis kunnen zich soms verrassend snel ontwikkelen en een boom verzwakken.
Het belangrijkste is daarom niet alleen weten hoe je een plaag bestrijdt, maar vooral hoe je deze vroeg herkent. Regelmatige controle van je bonsai maakt vaak het verschil tussen een klein probleem en een aantasting die moeilijk onder controle te krijgen is.
Hoe herken je ongedierte op een bonsai?
Veel plagen zijn in het begin nauwelijks zichtbaar. Vaak merk je eerst veranderingen aan de boom voordat je het ongedierte zelf ziet.
Let bijvoorbeeld op:
- verkleurende, gele of doffe bladeren of naalden;
- vervormde of krullende jonge bladeren;
- plakkerige bladeren en takken;
- witte, wollige plekjes;
- kleine bruine of witte schildjes op takken en bladeren;
- zeer fijne spinseldraden;
- plotselinge blad- of naalduitval;
- verminderde groei;
- kleine insecten aan de onderzijde van het blad of rond jonge scheuten.
Maak er daarom een gewoonte van om je bomen regelmatig van dichtbij te bekijken. Controleer daarbij vooral jonge scheuten, bladoksels, de onderzijde van bladeren en dicht vertakte gedeelten van de kroon.
Bladluis
Bladluizen zijn kleine insecten die plantensappen uit jonge bladeren en scheuten zuigen. Ze zitten vaak in groepjes bij de zachte, jonge groei.
Een typische aanwijzing is een kleverige laag op het blad. Dit is honingdauw die door de luizen wordt uitgescheiden. Hierop kan vervolgens zwarte roetdauw ontstaan.
Bij een flinke aantasting kunnen jonge bladeren vervormen en kan de groei van de bonsai afnemen.
Een kleine hoeveelheid bladluis kun je vaak al verwijderen met water of handmatig bestrijden. Bij een grotere aantasting kan een geschikt middel tegen zuigende insecten noodzakelijk zijn.

Spint
Spint behoort eigenlijk tot de mijten en is zo klein dat de afzonderlijke beestjes soms moeilijk met het blote oog te zien zijn.
Een aantasting herken je vaak aan fijne lichte stipjes of een doffe, vale verkleuring van het blad of de naalden. Bij een grotere aantasting kunnen zeer fijne spinseldraden zichtbaar worden tussen bladeren en takjes.
Spint houdt vooral van warme en droge omstandigheden. Bomen die verzwakt zijn of langdurig erg droog staan, kunnen daardoor gevoeliger worden.
Controleer bij twijfel met een vergrootglas. Bij loofbomen is vooral de onderzijde van het blad belangrijk.

Wolluis
Wolluis is relatief eenvoudig te herkennen aan de karakteristieke witte, wattenachtige plukjes op bladeren, takken en in bladoksels.
Onder deze witte wasachtige bescherming bevinden zich kleine insecten die plantensappen opnemen. Net als bladluis kan wolluis honingdauw produceren.
Bij een kleine aantasting kun je afzonderlijke wolluizen vaak handmatig verwijderen. Controleer de boom daarna regelmatig, omdat achtergebleven exemplaren of jonge dieren een nieuwe aantasting kunnen veroorzaken.

Schildluis
Schildluizen zijn verraderlijk omdat ze gemakkelijk worden aangezien voor kleine oneffenheden op de bast.
Ze zien eruit als kleine bruine, beige of witachtige schildjes die vastzitten op takken, stammen of bladeren. Onder het beschermende schild bevindt zich het insect.
Een paar schildluizen kunnen meestal voorzichtig handmatig worden verwijderd. Bij een grotere aantasting is vaak een gerichtere behandeling nodig.
Controleer niet alleen de zichtbare takken, maar ook beschutte plekken in de kroon.

Wat doe je wanneer je een plaag ontdekt?
Wanneer je ongedierte aantreft, is het verstandig om de betreffende bonsai tijdelijk apart van je andere bomen te zetten. Zo verklein je de kans dat de plaag zich verspreidt.
Bepaal vervolgens eerst waarmee je te maken hebt. Niet ieder bestrijdingsmiddel werkt tegen iedere plaag en onnodig behandelen is niet wenselijk.
Bij een lichte aantasting kun je vaak beginnen met het verwijderen of wegspoelen van het ongedierte. Controleer de boom vervolgens gedurende enkele weken opnieuw.
Is de aantasting groter, dan kan een geschikt bestrijdingsmiddel nodig zijn. Volg daarbij altijd de gebruiksaanwijzing en dosering van het betreffende product. Houd er rekening mee dat sommige middelen meerdere keren toegepast moeten worden omdat eitjes niet altijd door de eerste behandeling worden geraakt.
Voorkomen is beter dan bestrijden
Een sterke, gezonde bonsai is minder kwetsbaar voor problemen. Goede verzorging vormt daarom de basis van plaagpreventie.
Zorg voor een standplaats die bij de boomsoort past, voldoende licht en luchtcirculatie, correct water geven en een uitgebalanceerde bemesting. Voorkom daarnaast dat de kroon langdurig extreem dicht wordt, omdat beschutte plekken aantrekkelijk kunnen zijn voor bepaalde plagen.
Controleer ook nieuwe bomen voordat je ze tussen je bestaande collectie plaatst. Een nieuw aangekochte bonsai kan ongemerkt bladluis, schildluis, spint of ander ongedierte meenemen.
Praktische tip
Bekijk je bonsai tijdens het water geven regelmatig van dichtbij. Til eens een tak op, kijk onder het blad en controleer de jonge groei. Het kost maar enkele seconden, maar hierdoor ontdek je veel problemen voordat ze serieus worden.
Eerst herkennen, daarna behandelen
Zie je iets afwijkends aan je bonsai? Grijp dan niet automatisch direct naar een bestrijdingsmiddel. Probeer eerst vast te stellen wat de oorzaak is.
Gele bladeren, bruine naalden of verminderde groei betekenen namelijk niet automatisch dat er sprake is van ongedierte. Ook problemen met watergift, wortels, standplaats, bemesting of weersomstandigheden kunnen vergelijkbare symptomen veroorzaken.
Goed kijken, correct herkennen en daarna gericht handelen is bij bonsai vrijwel altijd de beste aanpak.
