Bedraden: vorm geven aan je bonsai

Bedraden is één van de belangrijkste technieken binnen de bonsaikunst.
Met behulp van speciaal bonsaidraad kun je takken en de stam voorzichtig in de gewenste vorm buigen.
Zo creëer je een natuurlijke uitstraling en ontwikkel je stap voor stap het silhouet van de boom.

Het doel van bedraden is niet om de boom direct in de perfecte vorm te brengen,
maar om de takken geleidelijk in de juiste groeirichting te begeleiden.
Na verloop van tijd zal de tak de nieuwe stand aannemen en kan het draad weer worden verwijderd.


Wanneer kun je een bonsai bedraden?

De meeste bonsaisoorten kunnen het hele jaar door worden bedraad, maar de beste periode verschilt per soort.

  • Loofbomen worden vaak in de herfst of winter bedraad,
    wanneer de bladeren zijn gevallen en de tak structuur goed zichtbaar is.
  • Naaldbomen kunnen vrijwel het hele jaar worden bedraad,
    al zijn de herfst en winter vaak de meest geschikte perioden.

Vermijd het bedraden van zeer jonge, zachte scheuten. Deze beschadigen gemakkelijk en groeien snel, waardoor het draad snel kan ingroeien.


Aluminium of koperdraad?

Voor het bedraden van bonsai worden voornamelijk geanodiseerd aluminiumdraad en gegloeid koperdraad gebruikt. Beide hebben hun eigen eigenschappen.

Aluminiumdraad

Aluminiumdraad is het meest gebruikte draad, vooral door beginners.

Voordelen

  • Eenvoudig aan te brengen.
  • Makkelijk opnieuw te buigen.
  • Minder kans op beschadiging van de bast.
  • Geschikt voor vrijwel alle loofbomen.
  • Verkrijgbaar in veel verschillende diktes.

Nadelen

  • Minder sterk dan koperdraad.
  • Bij dikke takken is vaak een dikkere draad nodig.

Koperdraad

Koperdraad wordt vooral gebruikt bij ervaren bonsailiefhebbers en professionals.

Voordelen

  • Zeer sterk.
  • Houdt zware takken beter op hun plaats.
  • Ideaal voor naaldbomen zoals dennen en jeneverbessen.
  • Vaak is een dunnere draad voldoende.

Nadelen

  • Moeilijker aan te brengen.
  • Minder geschikt om meerdere keren te corrigeren.
  • Verkeerd aanbrengen kan sneller bastbeschadiging veroorzaken.

Welke draaddikte gebruik je?

Als richtlijn kies je een draad met een dikte van ongeveer één derde van de dikte van de tak die je wilt buigen.

Is de tak erg stug? Dan kun je een iets dikkere draad gebruiken of twee draden naast elkaar aanbrengen.

Veel gebruikte draaddiktes zijn:

  • 1,0 mm – fijne twijgen.
  • 1,5 mm – dunne takken.
  • 2,0 mm – middelgrote takken.
  • 2,5 tot 3,5 mm – dikkere takken.
  • 4,0 mm en dikker – zware takken of delen van de stam.

Hoe bedraden werkt

  1. Kies de juiste draaddikte.
  2. Veranker het draad stevig aan de stam of een dikkere tak.
  3. Wikkel het draad in een hoek van ongeveer 45 graden om de tak
  4. Zorg dat de windingen gelijkmatig verdeeld zijn.
  5. Buig de tak langzaam en met beleid naar de gewenste positie.
  6. Controleer de boom regelmatig zodat het draad niet in de bast groeit.

Wanneer verwijder je het draad?

Hoe lang het draad moet blijven zitten, hangt af van de boomsoort en de groeisnelheid.

Gemiddeld blijft draad:

  • Loofbomen: 2 tot 4 maanden.
  • Naaldbomen: 4 tot 12 maanden.

Controleer de boom regelmatig. Zodra het draad begint in te groeien in de bast, moet het worden verwijderd.

Knip het draad altijd stukje voor stukje door met een draadtang. Probeer het niet van de tak af te draaien; dit kan jonge knoppen en de bast beschadigen.


Veelgemaakte fouten

Te dun draad gebruiken waardoor de tak terug buigt.
Te dik draad gebruiken waardoor beschadigingen ontstaan.
Het draad te strak aanbrengen.
Te lang laten zitten waardoor het ingroeit.
Te snel of te ver buigen waardoor de tak breekt.

Tot slot

Bedraden vraagt geduld en oefening. Neem de tijd om de natuurlijke lijnen van de boom te volgen en forceer nooit een tak.
Met de juiste techniek en regelmatige controle kun je jouw bonsai stap voor stap ontwikkelen tot een boom met een natuurlijke en harmonieuze uitstraling.