

Soorten substraat voor bonsai
De grond waarin een bonsai staat noemen we meestal substraat. Dit is veel meer dan alleen de aarde waarin de boom groeit. Een goed bonsaisubstraat bepaalt hoeveel water en zuurstof de wortels krijgen en heeft daardoor grote invloed op de gezondheid en ontwikkeling van de boom.
Omdat een bonsai in een relatief kleine en vaak ondiepe pot staat, werkt gewone potgrond meestal niet optimaal. Deze kan lang nat blijven en na verloop van tijd verdichten. Hierdoor komt er minder zuurstof bij de wortels.
Een goed bonsaisubstraat moet daarom drie dingen combineren:
- voldoende water vasthouden;
- overtollig water snel afvoeren;
- voldoende lucht en zuurstof tussen de korrels houden.
De juiste verhouding verschilt per boomsoort, maar ook de standplaats, grootte van de pot en hoe vaak je water kunt geven spelen een belangrijke rol.
Akadama
Akadama is een Japanse kleikorrel en waarschijnlijk het bekendste bonsaisubstraat. De korrels nemen water op, maar zorgen tegelijkertijd voor een luchtige structuur waarin fijne wortels zich goed kunnen ontwikkelen.
Een bijkomend voordeel is dat Akadama duidelijk lichter van kleur wordt wanneer het opdroogt. Daardoor kun je gemakkelijker zien wanneer een bonsai weer water nodig heeft.
Akadama wordt veel gebruikt voor onder andere:
Japanse esdoorn • Beuk • Haagbeuk • Iep • Zelkova • andere loofbomen
Bij loofbomen wordt vaak een relatief groot aandeel Akadama gebruikt. Een bekende uitgangsmix is bijvoorbeeld 50% Akadama, 25% puimsteen en 25% lava.
Een nadeel is dat Akadama langzaam uiteenvalt. Hoe snel dat gebeurt hangt onder andere af van de kwaliteit, vorst en omstandigheden. Daarom wordt het meestal gecombineerd met hardere materialen zoals puimsteen en lava.
Puimsteen – Pumice
Puimsteen, vaak aangeduid als pumice, is een licht en poreus vulkanisch gesteente.
De vele kleine poriën kunnen water en voedingsstoffen vasthouden, terwijl er tegelijkertijd veel lucht rondom de wortels aanwezig blijft. Dat maakt puimsteen bijzonder geschikt voor het ontwikkelen van een gezond en fijn wortelstelsel.
Het wordt veel toegepast bij:
Jeneverbes • Den • Lariks • loofbomen • jonge bomen in ontwikkeling
Puimsteen wordt zelden gekozen omdat een bepaalde boomsoort het specifiek nodig heeft; het is vooral een uitstekende structurele component in vrijwel iedere bonsaimix.
Lava
Lavagesteente is harder en minder absorberend dan Akadama. Het zorgt vooral voor structuur, drainage en lucht in het substraat.
Omdat lava nauwelijks uiteenvalt, voorkomt het dat het substraat na verloop van tijd volledig dichtslibt.
Het wordt veel gebruikt bij:
Jeneverbes • Den • Lariks • andere coniferen
maar kan ook prima onderdeel zijn van een mengsel voor loofbomen.
Voor coniferen wordt bijvoorbeeld vaak begonnen met ongeveer:
⅓ Akadama – ⅓ puimsteen – ⅓ lava.
Dit is echter een uitgangspunt en geen vaste regel.
Kanuma
Kanuma lijkt enigszins op Akadama, maar is lichter en zuurder. Het is vooral bekend als hét substraat voor azalea’s, waaronder de veel gebruikte Satsuki-azalea.
Azalea’s groeien van nature graag in een zuur wortelmilieu. Daarom worden bonsaiazalea’s vaak grotendeels of zelfs volledig in Kanuma gehouden.
Veel gebruikt voor:
Satsuki azalea • andere zuurminnende planten
Voor een azalea is 100% Kanuma dan ook een veelgebruikte keuze.
Kiryu
Kiryu is een hard Japans, mineraal substraat dat vooral wordt gebruikt om een mengsel luchtiger en beter drainerend te maken.
Het wordt traditioneel veel gecombineerd met Akadama bij dennen en andere coniferen. Door de harde structuur blijft het mengsel langdurig open.
Je kunt het zien als een component die vooral wordt toegevoegd wanneer je een luchtiger en sterker drainerend mengsel wilt.
Organische bestanddelen
Naast minerale substraten kan een kleine hoeveelheid organisch materiaal worden gebruikt, bijvoorbeeld gecomposteerde boomschors.
Organisch materiaal houdt doorgaans meer vocht vast. Dat kan handig zijn bij bomen die relatief veel water gebruiken of wanneer een bonsai op een warme en zonnige plek staat.
Te veel fijn organisch materiaal kan echter het tegenovergestelde veroorzaken: het mengsel blijft te lang nat en bevat minder lucht. Daarom bestaat modern bonsaisubstraat vaak grotendeels uit minerale korrels.
Welke mix voor welke bonsai?
Als eenvoudig uitgangspunt kun je ongeveer onderstaande verhoudingen aanhouden:
| Boomsoort | Mogelijke uitgangsmix |
|---|---|
| 🍁 Japanse esdoorn | 50% Akadama / 25% Pumice / 25% Lava |
| 🌳 Beuk / Haagbeuk / Iep | 50% Akadama / 25% Pumice / 25% Lava |
| 🌲 Jeneverbes | ⅓ Akadama / ⅓ Pumice / ⅓ Lava |
| 🌲 Den | ⅓ Akadama / ⅓ Pumice / ⅓ Lava |
| 🌲 Lariks | luchtige mix van Akadama / Pumice / Lava |
| 🌸 Azalea | voornamelijk of 100% Kanuma |
| 🌱 Bomen in ontwikkeling | relatief veel Pumice voor sterke wortelgroei |
De genoemde percentages zijn geen harde recepten. Bonsaimixen worden in de praktijk aangepast aan de boom én aan de omstandigheden.
Het klimaat is minstens zo belangrijk
Dezelfde boom kan in Nederland een andere mengverhouding nodig hebben dan in Zuid-Europa.
Staat je bonsai op een plek waar het substraat langzaam droogt of krijgen we een lange natte periode? Dan is een luchtiger en beter drainerend mengsel verstandig.
Droogt een boom juist erg snel uit, bijvoorbeeld door veel zon en wind, dan kan het aandeel vochtvasthoudend materiaal worden verhoogd.
Daarom is er niet één perfecte bonsaigrond.
De beste mix is de mix die voldoende vocht vasthoudt, maar tussen de watergiften door ook weer voldoende lucht bij de wortels laat komen.
Korrelgrootte
Niet alleen het materiaal maar ook de korrelgrootte is belangrijk.
Voor veel middelgrote bonsai wordt een korrel van ongeveer 3–6 mm gebruikt. Bij kleine bonsai worden doorgaans kleinere korrels gebruikt en bij grotere bomen kan het substraat grover zijn. Grovere korrels zorgen doorgaans voor meer lucht en drainage.
Het is verstandig om vóór gebruik het fijne stof uit Akadama, lava en andere substraten te zeven. Fijn stof kan zich onder in de pot verzamelen en daarmee juist de drainage verminderen.
🌱 Goed om te onthouden
Een goed bonsaisubstraat voedt de boom niet vanzelf.
Minerale substraten zoals Akadama, puimsteen en lava bevatten maar beperkt beschikbare voeding. De voedingsstoffen geef je daarom voornamelijk via bemesting.
Zie het substraat vooral als de omgeving waarin de wortels moeten kunnen ademen, groeien, water opnemen en zich vertakken.
Een gezond wortelstelsel vormt uiteindelijk de basis voor een gezonde bonsai.
