Bonsai begrippenlijst

Veelgebruikte termen binnen de bonsaiwereld

Wie zich verdiept in bonsai komt al snel allerlei Japanse en Engelse termen tegen. Woorden als Moyogi, Nebari, Jin en Cascade worden
regelmatig gebruikt bij workshops, tentoonstellingen en gesprekken tussen bonsailiefhebbers.

Maar wat betekenen deze termen eigenlijk?

In deze begrippenlijst leggen we veelgebruikte bonsaitermen op een eenvoudige manier uit.

Chokkan – formeel rechtopgaand

Japans: Chokkan
Engels: Formal Upright

Een klassieke bonsaistijl waarbij de stam vrijwel recht omhoog groeit. De stam is onderaan dik en wordt richting de top geleidelijk dunner. De takken worden rondom de stam verdeeld en worden naar boven toe steeds fijner.

Moyogi – informeel rechtopgaand

Japans: Moyogi
Engels: Informal Upright

Een van de meest voorkomende bonsaistijlen. De stam groeit omhoog maar maakt onderweg verschillende natuurlijke bochten.

De boom blijft als geheel rechtop staan, terwijl de beweging in de stam voor een natuurlijk en ouder uiterlijk zorgt.

Shakan – hellende stijl

Japans: Shakan
Engels: Slanting

Bij deze stijl groeit de stam duidelijk schuin ten opzichte van de grond.

Het kan de indruk geven dat de boom jarenlang door wind, sneeuw of andere natuurlijke omstandigheden in één richting is gevormd.

Kengai – cascade

Japans: Kengai
Engels: Cascade

Bij een cascade groeit de stam naar beneden en komt de top van de boom onder de onderzijde van de pot.

De stijl is geïnspireerd op bomen die in de natuur bijvoorbeeld langs steile rotswanden groeien.

Voor cascadebonsai worden vaak relatief hoge potten gebruikt.

Han-Kengai – semi-cascade

Japans: Han-Kengai
Engels: Semi-Cascade

Vergelijkbaar met de volledige cascade, maar de boom groeit minder ver naar beneden.

De stam komt meestal onder de bovenrand van de pot, maar de top blijft doorgaans boven de onderzijde van de pot.

Hokidachi – bezemstijl

Japans: Hokidachi
Engels: Broom Style

Een stijl die vooral bij loofbomen wordt toegepast.

De stam groeit recht omhoog en splitst zich vervolgens in meerdere takken. Hierdoor ontstaat een brede, ronde kroon die doet denken aan een bezem of een volwassen loofboom in een open landschap.

Fukinagashi – windgeslagen stijl

Japans: Fukinagashi
Engels: Windswept

Bij deze stijl lijken stam en takken jarenlang door sterke wind in dezelfde richting te zijn gedwongen.

Vrijwel alle takken bewegen daardoor naar één zijde van de boom.

Bunjin – literati

Japans: Bunjin / Bunjingi
Engels: Literati

Een elegante, minimalistische stijl met meestal een lange, dunne stam en relatief weinig takken.

De stijl draait sterk om beweging, eenvoud en lege ruimte.

Sokan – dubbele stam

Japans: Sokan
Engels: Twin Trunk

Twee stammen groeien vanuit hetzelfde wortelstelsel. Meestal is één stam duidelijk groter en dominanter dan de andere.

Samen moeten beide stammen visueel één boom vormen.

Kabudachi – meerstammig

Japans: Kabudachi
Engels: Multi-Trunk

Meerdere stammen groeien vanuit één gezamenlijke wortelvoet.

De stammen verschillen meestal in hoogte en dikte, waardoor een natuurlijk geheel ontstaat.

Yose-ue – bosstijl

Japans: Yose-ue
Engels: Forest Style

Meerdere afzonderlijke bomen worden samen in één pot geplant om de uitstraling van een natuurlijk bos te creëren.

Vaak wordt een oneven aantal bomen gebruikt en verschillen de bomen in hoogte en dikte.

Ikadabuki – vlotstijl

Japans: Ikadabuki
Engels: Raft Style

Een stam ligt horizontaal over of gedeeltelijk in de grond. Vanuit deze liggende stam groeien verschillende takken omhoog die uiteindelijk op afzonderlijke stammen lijken.

Dit bootst een boom na die in de natuur is omgevallen maar waarvan de takken verder zijn blijven groeien.

Nebari – wortelvoet

De nebari bestaat uit de zichtbare oppervlaktewortels rond de basis van de stam.

Een goed ontwikkelde nebari geeft de boom een krachtige en stabiele uitstraling en helpt om de indruk van een oude boom te versterken.

Tachiagari – onderste stamgedeelte

Het gedeelte van de stam vanaf de wortelvoet tot ongeveer de eerste belangrijke tak.

Dit gedeelte is erg belangrijk voor de eerste indruk van een bonsai. Beweging, tapsheid en de overgang vanuit de nebari spelen hierbij een grote rol.

Apex – top

De apex is het hoogste gedeelte of de visuele top van de bonsai.

De plaats en richting van de apex spelen een belangrijke rol in de balans en beweging van het ontwerp.

Ramificatie – fijne vertakking

Ramificatie betekent het ontwikkelen van steeds fijnere vertakkingen.

Een hoofdtak splitst zich in kleinere takken, die zich vervolgens opnieuw vertakken. Goede ramificatie zorgt ervoor dat een bonsai er verfijnd en volwassen uitziet.

Taper – tapsheid

Met taper wordt bedoeld dat de stam vanaf de basis naar de top geleidelijk dunner wordt.

Een dikke stambasis die steeds smaller wordt richting de top helpt om de indruk van een grote, oude boom in miniatuur te creëren.

Internode – afstand tussen knopen

De internode is de afstand tussen twee opeenvolgende knopen op een tak of scheut.

Bij bonsai zijn korte internodes vaak gewenst, omdat hierdoor compactere en fijnere vertakking kan ontstaan.

Jin – dode tak

Een jin is een tak waarvan de bast is verwijderd om dood hout na te bootsen.

In de natuur kan dit bijvoorbeeld ontstaan door bliksem, wind, sneeuw of het afsterven van een tak.

Jin wordt vooral veel toegepast bij jeneverbessen en andere naaldbomen.

Shari – dood hout op de stam

Bij shari wordt een gedeelte van de bast van de stam verwijderd waardoor het onderliggende hout zichtbaar wordt.

Hiermee wordt natuurlijk dood hout nagebootst en kan een bonsai een veel ouder en doorleefder karakter krijgen.

Uro – natuurlijke holte

Een uro is een holte in de stam die ontstaat of wordt gemaakt op de plaats waar bijvoorbeeld een grotere tak is verdwenen.

De techniek wordt vooral gebruikt bij loofbomen en kan een oude snoeiwond natuurlijker laten ogen.

Wiring – bedraden

Het aanbrengen van aluminium- of koperdraad rond stam en takken zodat deze gecontroleerd in een andere positie kunnen worden gebogen.

Wanneer de tak de nieuwe positie heeft aangenomen wordt het draad weer verwijderd.

Guy-wire – spandraad

Een techniek waarbij een draad niet om de volledige tak wordt gewikkeld, maar tussen twee punten wordt gespannen.

Hiermee kunnen bijvoorbeeld dikke takken geleidelijk naar beneden worden gebracht.

Defoliation – ontbladeren

Het geheel of gedeeltelijk verwijderen van bladeren bij bepaalde loofboomsoorten.

De techniek kan onder andere worden gebruikt om nieuwe groei en fijnere vertakking te stimuleren. Ontbladeren is echter niet voor iedere boomsoort of iedere boom geschikt.

Pinching – nijpen

Het verwijderen of inkorten van zeer jonge, zachte groei met de vingers of een fijne schaar.

Hiermee kan de groei worden gecontroleerd en de vorm van een ontwikkelde bonsai worden onderhouden.

Yamadori

Een boom die uit de natuur afkomstig is en vervolgens als bonsai wordt ontwikkeld.

Oude yamadori kunnen door jarenlange blootstelling aan zware natuurlijke omstandigheden bijzondere stammen, dood hout en beweging hebben ontwikkeld.

Het verzamelen van bomen uit de natuur mag uiteraard alleen wanneer dit wettelijk is toegestaan en met toestemming van de grondeigenaar gebeurt.

Pre-bonsai

Een boom die wordt voorbereid en ontwikkeld met als doel er uiteindelijk een volwaardige bonsai van te maken.

De boom heeft bijvoorbeeld al een interessante stam of wortelvoet, maar moet nog verder worden gevormd en verfijnd.

Mame

Een zeer kleine bonsai. De exacte maatgrenzen kunnen per classificatiesysteem verschillen, maar met mame wordt doorgaans een bonsai bedoeld die slechts enkele centimeters hoog is en gemakkelijk in één hand past.

Shohin

Een kleine bonsaicategorie waarbij de boom doorgaans ongeveer tot 20 cm hoog is.

Shohin is geen specifieke stijl: een kleine boom kan bijvoorbeeld zowel Moyogi, Chokkan als Shakan zijn.

Chuhin

Een term die wordt gebruikt voor middelgrote bonsai.

De exacte afmetingen verschillen enigszins afhankelijk van de gebruikte classificatie en tentoonstelling.

Akadama

Een Japanse gebakken/korrelige kleigrond die veel wordt gebruikt als bestanddeel van bonsaisubstraat.

Akadama houdt vocht en voedingsstoffen vast, terwijl er tussen de korrels ruimte voor lucht en drainage blijft.

Kanuma

Een licht en relatief zuur Japans substraat dat vooral bekend is vanwege het gebruik bij zuurminnende planten zoals Satsuki-azalea’s.

Kiryu

Een hard, goed drainerend Japans substraat dat regelmatig wordt gebruikt in mengsels voor bonsai, met name voor bepaalde naaldbomen.

Nebari-schijf

Een hulpmiddel of techniek waarbij wortels worden aangemoedigd om horizontaal rondom de stam te groeien.

Het doel hiervan is het ontwikkelen van een brede en gelijkmatig verdeelde wortelvoet.

Front – voorkant

De zijde van de bonsai die als belangrijkste kijkrichting wordt gekozen.

Bij het bepalen van de voorkant wordt onder andere gekeken naar de nebari, beweging van de stam, plaatsing van de takken en de zichtbaarheid van de stam.

Primary branches – primaire takken

De belangrijkste grote takken die rechtstreeks vanuit de stam groeien en een groot deel van de basisstructuur van het ontwerp bepalen.

Secondary branches – secundaire takken

De kleinere takken die vanuit de primaire takken groeien.

Deze worden vervolgens verder ontwikkeld om fijne vertakking en blad-/loofmassa’s te vormen.

Negative space – negatieve ruimte

De bewust opengehouden ruimtes tussen stam, takken en loofmassa’s.

Deze lege ruimtes zijn binnen bonsaivormgeving minstens zo belangrijk als de takken zelf. Ze zorgen ervoor dat de structuur zichtbaar blijft en geven het ontwerp diepte en rust.

Movement – beweging

De visuele richting die wordt gecreëerd door de vorm en bochten van de stam en takken.

Een boom kan bijvoorbeeld sterk naar links of rechts bewegen. De positie van takken, top en pot kan worden gebruikt om deze beweging te versterken of juist in balans te brengen.

De bonsaiwereld kent ontzettend veel termen en Japanse benamingen. Je hoeft ze zeker niet allemaal uit je hoofd te leren.

Wanneer je vaker met bonsai bezig bent, zul je merken dat termen zoals Nebari, Moyogi, Jin, Shari en Ramificatie
vanzelf onderdeel worden van je bonsaiwoordenschat.

Gebruik deze begrippenlijst daarom vooral als naslagwerk wanneer je tijdens een workshop,
tentoonstelling of gesprek een onbekende term tegenkomt.