

Bemesten van je bonsai
Waarom heeft een bonsai mest nodig?
Net als iedere andere boom heeft een bonsai voedingsstoffen nodig om gezond te groeien. In de natuur kunnen wortels zich over een groot gebied verspreiden en worden voortdurend voedingsstoffen aangevoerd door organisch materiaal in de bodem.
Een bonsai staat daarentegen in een relatief kleine pot met een beperkte hoeveelheid substraat. Bovendien bestaan moderne bonsaimengsels vaak grotendeels uit minerale bestanddelen zoals akadama, puimsteen en lava, die zelf maar beperkt voedingsstoffen leveren.
Daarom is regelmatig bemesten een belangrijk onderdeel van de verzorging van een bonsai.
Bemesten betekent echter niet automatisch dat méér mest ook beter is. De hoeveelheid en samenstelling moeten passen bij de boom, het seizoen en het doel dat je met de boom hebt.
Wat doet mest eigenlijk?
Meststoffen leveren voedingsstoffen die een boom nodig heeft voor onder andere:
- Nieuwe scheuten en bladeren.
- Wortelgroei.
- Opbouw van hout en takken.
- Bloem- en vruchtvorming.
- Herstel en algemene vitaliteit.
- Voorbereiding op de winter.
Een gezonde boom heeft verschillende voedingsstoffen nodig. Op verpakkingen van meststoffen zie je daarom vaak de letters N-P-K staan.
Wat betekent N-P-K?
N-P-K staat voor drie belangrijke voedingsstoffen:
N – Stikstof
N = Nitrogen / stikstof
Stikstof speelt een belangrijke rol bij de groei van bladeren en jonge scheuten.
Een meststof met relatief veel stikstof stimuleert doorgaans krachtigere vegetatieve groei.
Dit kan bijvoorbeeld interessant zijn voor een jonge bonsai of pre-bonsai waarbij je juist veel groei wilt om de stam en takken verder te ontwikkelen.
Bij een verfijnde bonsai wil je vaak juist voorkomen dat er voortdurend zeer lange, grove scheuten ontstaan.
P – Fosfor
P = Phosphorus / fosfor
Fosfor speelt onder andere een rol bij:
- Wortelontwikkeling.
- Energiehuishouding van de plant.
- Bloei en voortplantingsprocessen.
Fosfor wordt daarom vaak geassocieerd met wortelontwikkeling en bloeiende planten, al werken voedingsstoffen altijd samen en is het effect niet zo eenvoudig als één voedingsstof voor één functie.
K – Kalium
K = Potassium / kalium
Kalium ondersteunt verschillende processen in de plant en speelt onder andere een rol bij:
- Waterhuishouding.
- Stevigheid van plantenweefsel.
- Algemene weerstand en vitaliteit.
- Verschillende enzymatische processen.
Een goede meststof bevat daarom niet alleen stikstof, maar een passende balans van meerdere voedingsstoffen.
Wat betekenen de cijfers op de verpakking?
Op een verpakking kun je bijvoorbeeld zien:
NPK 6-4-6
De cijfers geven het gehalte van stikstof, fosfaat en kaliumbestanddelen in de meststof aan.
Je kunt ook meststoffen tegenkomen met bijvoorbeeld:
NPK 3-3-3
of
NPK 10-5-5
Het gaat daarbij niet alleen om hoe hoog de cijfers zijn, maar vooral om de onderlinge verhouding én hoeveel van het product je daadwerkelijk gebruikt.
Een meststof met hogere cijfers is dus niet automatisch beter voor bonsai.
Organische of minerale mest?
Voor bonsai kunnen verschillende soorten meststoffen worden gebruikt.
Een belangrijk onderscheid is dat tussen organische en minerale meststoffen.
Organische mest
Organische meststoffen zijn gemaakt van materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong.
Ze zijn verkrijgbaar als bijvoorbeeld:
- Mestkorrels.
- Mestbrokjes.
- Mestkoekjes.
- Vloeibare organische voeding.
Vaste organische mest wordt vaak op het oppervlak van het bonsaisubstraat gelegd, eventueel in kleine mestmandjes.
Door water en biologische activiteit komen de voedingsstoffen geleidelijk beschikbaar.
Voordelen
- Vaak geleidelijke afgifte.
- Gemakkelijk zichtbaar wanneer nieuwe mest nodig is.
- Veel gebruikt binnen de traditionele bonsaiverzorging.
- Relatief eenvoudig toe te passen.
Nadelen
- Sommige producten kunnen sterk ruiken.
- Kan insecten of vogels aantrekken.
- Afbraak en afgifte worden beïnvloed door temperatuur en vocht.
- Restmateriaal kan zich op het substraat ophopen.
Minerale mest
Minerale meststoffen bevatten voedingsstoffen in een vorm die relatief direct beschikbaar kan zijn voor de plant.
Deze zijn bijvoorbeeld verkrijgbaar als vloeibare mest of oplosbare korrels.
Voordelen
- Nauwkeurig te doseren.
- Snel beschikbaar.
- Eenvoudig via het gietwater toe te dienen.
- Samenstelling is meestal duidelijk aangegeven.
Nadelen
Bij een te hoge dosering kan de concentratie van opgeloste zouten in het substraat te hoog worden, wat wortels kan beschadigen.
Volg daarom altijd de dosering van het gebruikte product en ga niet automatisch uit van “meer is beter”.
Vaste of vloeibare mest?
Beide kunnen uitstekend worden gebruikt.
Vaste mest
Vaste mest wordt op het oppervlak van het substraat geplaatst.
Bij iedere watergift komen geleidelijk voedingsstoffen beschikbaar.
Mestmandjes kunnen handig zijn om de mest op zijn plaats te houden en maken het gemakkelijk om oude mestresten te verwijderen.
Vloeibare mest
Vloeibare mest wordt meestal verdund met het gietwater toegediend.
Het voordeel is dat de hoeveelheid gemakkelijk kan worden aangepast.
Sommige bonsailiefhebbers gebruiken één van beide methoden, terwijl anderen vaste en vloeibare voeding combineren.
Welke methode je kiest is minder belangrijk dan een regelmatige en passende bemesting.
Wanneer bemest je een bonsai?
De behoefte aan voeding verandert gedurende het jaar en verschilt per boomsoort.
Voor veel buitenbonsai loopt de belangrijkste bemestingsperiode ongeveer samen met het actieve groeiseizoen.
Voorjaar
In het voorjaar komt de groei op gang.
Bomen die sterk moeten groeien en nog volop in ontwikkeling zijn, kunnen tijdens deze periode regelmatig worden bemest.
Bij een sterk verfijnde loofbonsai kan een andere strategie worden gekozen. Te veel voeding tijdens de eerste krachtige voorjaarsgroei kan namelijk leiden tot lange scheuten en grotere bladeren.
Het doel van de boom bepaalt dus mede hoe sterk je bemest.
Zomer
Tijdens de zomer kan meestal worden doorbemest zolang de boom gezond en actief is.
Bij uitzonderlijk hoge temperaturen kan de groei van sommige soorten tijdelijk vertragen.
Pas de verzorging daarom aan de boom en omstandigheden aan in plaats van blind een kalender te volgen.
Najaar
Ook in het najaar kan bemesting belangrijk zijn.
De zichtbare groei wordt vaak rustiger, maar de boom is nog actief en bereidt zich voor op de winter en het volgende groeiseizoen.
Afhankelijk van boomsoort en doel kan in deze periode een meststof met een andere verhouding worden gebruikt.
Het oude idee dat een bonsai in het najaar absoluut geen stikstof zou mogen krijgen is te eenvoudig. Bomen hebben ook in deze periode stikstof nodig voor normale processen. Het gaat vooral om een passende hoeveelheid en verhouding.
Winter
Bladverliezende buitenbonsai in volledige winterrust worden normaal gesproken niet bemest.
Ze groeien op dat moment nauwelijks en hebben geen regelmatige toevoer van mest nodig.
Tropische binnenbonsai kunnen tijdens de winter nog wel actief zijn. Hun voedingsbehoefte hangt dan sterk af van temperatuur, hoeveelheid licht en daadwerkelijke groei.
Een Ficus die onder goede groeiverlichting warm en actief blijft groeien heeft bijvoorbeeld een andere behoefte dan een Ficus die tijdens een donkere Nederlandse winter nauwelijks groeit.
Hoe vaak moet je bemesten?
Er bestaat geen universeel schema dat voor iedere bonsai geschikt is.
Hoe vaak je moet bemesten hangt onder andere af van:
- Boomsoort.
- Leeftijd en ontwikkelingsfase.
- Seizoen.
- Groeikracht.
- Type meststof.
- Dosering.
- Substraat.
- Hoe vaak er water wordt gegeven.
- Het doel van de boom.
Volg bij commerciële meststoffen altijd eerst de aanwijzingen van de fabrikant.
Leer daarnaast naar de groei van de boom te kijken.
Een bonsai in ontwikkeling anders bemesten
Dit is een belangrijk verschil.
Een jonge boom of pre-bonsai moet vaak nog een dikkere stam, grotere takken en een sterk wortelgestel ontwikkelen.
Daarvoor heb je groei nodig.
Zo’n boom kan tijdens het groeiseizoen doorgaans krachtiger worden gevoed dan een zeer verfijnde bonsai waarbij de uiteindelijke structuur al grotendeels aanwezig is.
Het doel is immers:
veel gezonde groei → meer verdikking → snellere ontwikkeling.
Een verfijnde bonsai bemesten
Bij een volwassen, verfijnde bonsai ligt het doel anders.
Daar wil je bijvoorbeeld:
- Korte internodes.
- Fijne vertakking.
- Compacte groei.
- Een goede verhouding tussen blad en boom.
- Behoud van het bestaande ontwerp.
Overmatige bemesting kan dan ongewenst krachtige groei veroorzaken.
Bemesten wordt bij dergelijke bomen daarom onderdeel van het sturen van de groei, en niet alleen van het zo snel mogelijk laten groeien van de boom.
Bloeiende en vruchtdragende bonsai
Azalea, appel, Prunus en andere bloeiende of vruchtdragende soorten kunnen een aangepaste bemestingsstrategie vragen.
Bij deze bomen moet rekening worden gehouden met:
- Bloemknopontwikkeling.
- Bloeiperiode.
- Vruchtvorming.
- Groei na de bloei.
Een zeer stikstofrijke bemesting kan bij sommige planten sterke blad- en scheutgroei bevorderen terwijl het doel juist bloemvorming is.
Kijk daarom bij bloeiende bonsai altijd naar de behoeften van de specifieke soort.
Bemesten na het verpotten
Na het verpotten zijn wortels vaak gesnoeid en heeft de boom tijd nodig om te herstellen.
Het is daarom meestal niet nodig om onmiddellijk grote hoeveelheden mest toe te dienen.
Wanneer je weer begint met bemesten hangt af van:
- De boomsoort.
- Hoe zwaar de wortels zijn gesnoeid.
- De gezondheid van de boom.
- Het seizoen.
- De gebruikte meststof.
Vaak wordt gewacht totdat duidelijk is dat de boom weer goed aanslaat en nieuwe groei laat zien.
Bemest geen ernstig verzwakte boom zomaar extra
Wanneer een bonsai slecht groeit, is de eerste reactie soms:
“Hij heeft waarschijnlijk voeding nodig.”
Maar slechte groei kan ook veroorzaakt worden door:
- Wortelproblemen.
- Te veel of te weinig water.
- Te weinig licht.
- Verkeerde standplaats.
- Ziekten of plagen.
- Beschadigde wortels.
- Extreme hitte of kou.
Extra mest lost deze problemen niet op en kan een boom onder bepaalde omstandigheden juist verder belasten.
Probeer daarom eerst te achterhalen waarom de boom verzwakt is.
Geef nooit extra mest om sneller resultaat te krijgen
Meer mest betekent niet automatisch meer of betere groei.
Een te hoge concentratie meststoffen kan schade veroorzaken aan de wortels.
Mogelijke symptomen van overbemesting zijn:
- Bruine of verbrande bladranden.
- Beschadigde wortels.
- Plotselinge achteruitgang.
- Ophoping van zouten op het substraat of de pot.
- Ongewenst grove groei.
Houd je daarom aan een passende dosering.
Eerst water of eerst bemesten?
Gebruik vloeibare mest bij voorkeur niet op een wortelkluit die volledig is uitgedroogd.
Wanneer een bonsai duidelijk droog staat, geef hem dan eerst normaal water zodat het substraat weer gelijkmatig vochtig is.
Daarna kan volgens de instructies van het gebruikte product worden bemest.
Mestmandjes of pads gebruiken
Bij vaste organische bonsaimest worden vaak kleine mestmandjes of pads gebruikt.
Deze worden boven op het substraat geplaatst en gevuld met mest.
Dit heeft een aantal voordelen:
- De mest blijft op zijn plaats.
- Vogels kunnen er moeilijker bij.
- Oude mest is eenvoudig te verwijderen.
- Je kunt de mest gelijkmatig over de pot verdelen.
- Het substraat blijft netter.
Bij grotere potten worden meestal meerdere kleine hoeveelheden over het oppervlak verdeeld in plaats van alle mest op één plek te leggen.
Vergeet micronutriënten niet
Naast stikstof, fosfor en kalium gebruikt een boom ook andere voedingsstoffen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Magnesium.
- Calcium.
- IJzer.
- Mangaan.
- Borium.
- Zink.
Deze zijn in kleinere hoeveelheden nodig, maar spelen wel een belangrijke rol.
Een goede complete meststof bevat daarom vaak naast N-P-K ook verschillende secundaire voedingsstoffen en sporenelementen.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat meer mest automatisch zorgt voor een betere bonsai.
- Een ernstig verzwakte boom zwaar bemesten.
- Iedere boom exact dezelfde hoeveelheid voeding geven.
- Alleen naar het N-P-K-getal kijken.
- Een jonge pre-bonsai hetzelfde bemesten als een verfijnde tentoonstellingsboom.
- Vloeibare mest veel sterker mengen dan aangegeven.
- Een volledig uitgedroogde boom direct zwaar bemesten.
- Bladverliezende buitenbonsai tijdens volledige winterrust blijven bemesten.
- Denken dat mest problemen met water, licht of slechte wortels kan oplossen.
Een eenvoudig uitgangspunt voor beginners
Bemesten hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Voor een gezonde bonsai kun je als beginner prima starten met een complete, uitgebalanceerde meststof die geschikt is voor bonsai of andere houtige planten.
Volg de aangegeven dosering en bemest gedurende de periode waarin de boom actief groeit.
Naarmate je meer ervaring krijgt, kun je de hoeveelheid en samenstelling steeds gerichter aanpassen aan de boom en aan wat je wilt bereiken.
Tot slot
Bemesten is geen truc om een bonsai zo snel mogelijk te laten groeien.
Het is een manier om de boom te voorzien van de voedingsstoffen die hij nodig heeft en tegelijkertijd de ontwikkeling te sturen.
Een jonge bonsai die nog een dikke stam moet ontwikkelen vraagt om een andere aanpak dan een oude, verfijnde boom waarvan je juist compacte groei wilt behouden.
Kijk daarom niet alleen naar de verpakking van de meststof, maar vooral naar de boom, zijn groeifase en het seizoen.
Voed de boom die voor je staat, niet alleen volgens de kalender.
